Vanaf Het Zand
Fragment in het Nederlands/ Excerpt in Dutch/ Fragmento en Holandés:

...Halverwege de maaltijd zegt Mary Paz: "In Valencia moet je José Maria Aragón opzoeken. Hij is arts en voorzitter van de peña 'Tinto y Oro'. Als je hem ontmoet, geeft hem dan dit". Ze overhandigt me een visitekaartje waar achterop geschreven staat: 'Dit is een goede vriend uit Nederland, die speciaal voor de stieren naar Valencia is gekomen. Zou je hem willen ontvangen en hem onder je hoede willen nemen?' Ik berg het op en beloof haar de bewuste club op te zoeken.

De volgende dag begint de zoektocht naar de mij nog onbekende dokter in een café aan de overkant van de arena, maar geen van de obers kan me vertellen waar ik die peña kan vinden. Gelukkig is een gast zo vriendelijk me er heen te brengen. Na een korte wandeling blijft hij bij een deur staan, belt aan en voor het eerst van mijn leven stap ik een echte Peña Taurina binnen.
In een lange ruimte met links en rechts rijen tafels is het alsof ik weer in het museum van de arena in Madrid sta: ook hier zijn de wanden versierd met schilderijen, affiches en foto's van stieren en stierenvechters in actie. Aan de muur, hoog tegen het plafond hangen twee imposante, opgezette stierenkoppen. Tegen een kleine bar geleund staan een paar mannen te praten. Nerveus haal ik het visitekaartje te voorschijn. Een van hen leest het en vertelt mij dat dokter Aragón helaas niet aanwezig is. Vanavond zal hij er zijn en ik mag gerust terugkomen.
José Maria Aragón blijkt het hoofd van de medische staf van de arena te zijn. Ook hij leest het kaartje en zegt lachend: "Vanaf vandaag is dit huis jouw huis", neemt mij bij de arm en voert me in een rondleiding door de ruimte. "Kijk, deze gele bogen zijn een eerbetoon aan de arena van Sevilla, hier rechts zie je de keuken die we gebruiken als we hier diners houden en achterin is de bibliotheek met makkelijke stoelen. Daar is het verboden voor vrouwen..." Zo te zien houdt men zich niet al te streng aan die laatste regel want in de diepe leren fauteuils zitten enkele dames geanimeerd te converseren.

Nu begon het. Na afloop van een corrida hoefde ik niet meer verloren door de stad te zwerven. Vanaf nu was ik 's avonds onder gelijkgestemden, ik zou ze vragen mogen stellen en alle mij nog ontbrekende kennis laten aanvullen.
Elk jaar keerde ik naar de oostkust terug en elk jaar werd de band met de leden sterker, zij het dat het lang duurde eer ze hun verbazing over het feit dat een Nederlander zich net als hen zo voor stieren kon interesseren, konden verbergen. Niet lang daarna benoemde men mij met enig ceremonieel tot 'eerste en enig buitenlands erelid' en kreeg ik het gouden insigne opgespeld. Ik werd uitgenodigd door het plaatselijke radiostation, nam deel aan discussieprogramma's en had zitting in jury's. Ook al klonk mijn Spaans in het begin wat roestig, ze stonden er op dat ik hen in die taal antwoordde en mijn oordeel gaf over datgene wat ik die avond in de arena had gezien. Men luisterde aandachtig, nam mij serieus en vergaf me mijn onvermijdelijke fouten. El Holandés werd gevraagd bij andere peñas en geïnterviewd door de lokale pers. Kortom, ik maakte deel uit van el mundo de los toros en nooit had ik die middag in Madrid kunnen vermoeden dat zo'n simpel visitekaartje zulke ingrijpende gevolgen zou hebben...




<< terug naar 'Vanaf Het Zand'